’t NUT is dood. Lang leve ’t PRUT!

Tineke Jansen hoeft geen nieuw logo te bedenken voor de fusie van Nut Oss in Primair SKO

“Fantastisch nieuws!”

Zo informeerden de Osse onderwijsbestuurders Tineke Jansen & Luuth van den Berg ouders/verzorgers en personeelsleden van hun scholen over het besluit van staatssecretaris Dekker van onderwijs om hun fusie-aanvraag niet af te wijzen.

Snel naar de sterk ingekorte versie | Bijgewerkt: 14 november 2015

Toch spreekt er ook opluchting uit de triomfantelijke uitroep van de bestuurders van respectievelijk Primair Stichting Katholiek Basisonderwijs (met 2.500 leerlingen in dorpen rondom Oss) en de Osse Nutsscholen (met 820 leerlingen)1. Dat kan ik me goed voorstellen. Immers probeerden ze de achterban van start tot finish het verhaal te verkopen van een ‘verkenningstraject naar de meest ideale vorm van intensivering van de bestuurlijke samenwerking’. Zo’n spitsvondige formulering wekt argwaan, zeker als die meerdere keren herhaald wordt. Maar ook anderszins had het aangekondigde traject alle schijn van een onzichtbare en onafwendbare fusie. Dat bleek het dan ook te zijn.


Al in september 2014 reden genoeg voor felicitaties aan elkaar: het intentiebesluit is getekend
Al in september 2014 reden genoeg voor felicitaties aan elkaar: het intentiebesluit is getekend!

Op 10 september 2014, één dag voor ze de achterban het verhaal van het verkenningstraject op de mouw spelden, tekenden de bestuurders en hun toezichthouders een bindende verklaring waarmee beide besturen formeel aan schaalvergroting middels fusie gehouden waren2. Een paar weken later namen de schoolleiders de laatste twijfels weg door de verkenningsopdracht –waar werkgroepen een schooljaar lang aan zouden werken– alvast zelf in te vullen, nog voordat het werk begonnen was. Het moest inderdaad toch een fusie worden. Ze informeerden de betrokken personeelsleden en ouders/verzorgers daarover niet, terwijl ze de gemeenteraad van Oss en de ministriële fusietoetscommissie een gekuntselde fusie-aanvraag toezonden. Het mag dus een klein wonder genoemd worden dat allen toch doorgang hebben verleend aan de uitvoering van dit snode plan.

In zijn besluit laat Dekker schrijven dat het advies van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO) integraal is bijgevoegd. Dat stuk ontbreekt echter om onduidelijke redenen. Toch is het een interessant stuk. Dat wordt geïllusteerd door onderstaande opzienbare conclusie:

De fusie-toetscommissie vindt dat “de noodzaak voor fusie van De Nutsscholen niet direct zichtbaar” is

“De Nutsscholen hebben te maken gehad met slechts een beperkte daling van het leerlingenaantal en zullen ook de komende jaren naar verwachting met een zeer beperkte daling van het leerlingenaantal te maken krijgen. Alle scholen … genieten het vertrouwen van de inspectie en er is geen reden om te twijfelen aan de financiële continuïteit van de aanvragers. De noodzaak voor fusie van De Nutsscholen is derhalve niet direct zichtbaar.”
–Commissie Fusietoets Onderwijs (september 2015) 3

Maar er was toch sprake van ‘financiële en inhoudelijke bedreigingen’? Wel volgens onze bestuurders. Van de aankondiging in september 2014 tot en met de fusie-aanvraag een jaar later heeft men het wel degelijk over een voor het onderwijs levensbedreigende noodzakelijkheid:

“… het niet kunnen vormgeven van kwalitatieve en kwantitatieve overhead, te kleine schaal, te weinig beleidsvoerend vermogen in combinatie met de financiële en inhoudelijke bedreigingen bij de Nutsscholen in Oss in relatie tot het behoud van kwalitatief goede scholen in Oss en de kernen.”
–Stuurgroep Fusie (11 mei 2015)4

En in het advies van de toetscommissie:

“Volgens aanvragers bedreigt de daling van het leerlingenaantal de zelfstandigheid van De Nutsscholen in Oss en de bovenschoolse expertise en ondersteuning van Primair.”
–Commissie Fusietoets Onderwijs (september 2015) 3

Geen noodzaak dus. Maar bestuurder Tineke Jansen van Primair vindt dat er “te veel onderwijsorganisaties” zijn

Bestuurder Tineke Jansen en haar toezichthouder Tom van Kleef zijn er rotsvast van overtuigd; de schaal van de Nutsscholen en van Primair is te klein. Ze lijken elkaar gevonden te hebben in het mantra ‘DENK GROOT!’ dat ze beide luid uitdragen. De voorzitster van het college van bestuur –waarin overigens alleen zij zitting heeft– liet dat midden in het voorbereidende traject dan ook met bijpassende koeieletters noteren in het Brabants Dagblad:

‘Er zijn eigenlijk te veel onderwijsorganisaties’

–Tineke Jansen (17 maart 2015)5

De financiële expert van Primair bevestigt het: fusie is het beste en heeft geen nadelen

Het beeld van de heilzame schaalvergroting werd een week daarvoor ook al neergezet door de voorzitter van de belangrijke werkgroep financiën. In een presentatie van de bevindingen van zijn werkgroep tijdens de tweede plenaire bijeenkomst in Geffen kon hij met trots en blijdschap melden dat fusie niet alleen de beste oplossing zou zijn; aan die ‘bestuurlijke samenwerkingsvariant’ zouden überhaupt geen nadelen kleven. Verrast door die wel erg eenzijdige en rooskleurige conclusie, vroeg ik hem welke alternatieve samenwerkingsvormen hij met zijn werkgroep bestudeerd had.

Echter nog voor hij zijn antwoord kon uitbrengen (“geen enkel alternatief”), greep een andere toehoorder in. Stuurgroeplid en fusie-kartrekker Tom van Kleef, tevens lid van de Raad van Toezicht van Primair, liet me geërgerd weten wat hij van mijn vraag vond; onzinnig en zelfs opruiend.

En toezichthouder Tom van Kleef van Primair haalt ‘Radboud-onderzoek’ aan: schaalvergroting kent louter voordelen

‘Onderzoek van de Raboud universiteit’ zou aangetoond hebben dat vergroting van de bestuurlijke schaal –dus naar meer dan de tien scholen die Primair vóór de fusie had– schaalvoordeel zou brengen, zo beweerde hij. Waarom zou er dan gekeken moeten worden naar alternatieven voor schaalvergroting via fusie? Bovendien was dat verkenningstraject al lang achter de rug. Het had dus geen enkele zin om daar nu nog naar te vragen.

Volgens dat onderzoek is precies 15 scholen een ideale omvang; dus Primair (10) + NUT (5) = Ideaal (15)!

Het was niet zomaar een cijfertje dat de toezichthouder uit zijn mouw schudde. Ook in de formele fusie-aanvraag wordt het klip en klaar gesteld: vijftien scholen is ronduit ideaal, zo zou blijken uit ‘wetenschappelijk onderzoek’, al wordt niet vermeld welk onderzoek dat betreft:

“Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de daling van kosten van bovenschools management en ondersteuning het grootst is bij een omvang van vijftien scholen.”
–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

Gelukkig heeft men in de toetscommissie wel goed opgelet:

In dat onderzoek en in de wet staat het tegendeel: minder dan 10 scholen is ‘hanteerbaar’

“In de memorie van toelichting van de Wet fusietoets staat dat in het primair onderwijs een bestuursomvang van tien scholen als een hanteerbare maat wordt beschouwd, waarbij aspecten van schoolnabijheid en menselijke maat goed zijn te combineren met doelmatigheid en efficiency. Met name de ouders en leerlingen van De Nutsscholen zullen als gevolg van de fusie te maken krijgen met een groter bestuur (een bestuur dat verantwoordelijk is voor dertien in plaats van drie scholen).”
–Commissie Fusietoets Onderwijs (september 2015) 3

Dat lijkt veel op hetgeen ik schreef in de brief aan Luuth waarmee ik mijn deelname aan het fusieproces beëindigde, twee maanden voor men de onzin over de optimale schaalgrootte in de formele fusie-aanvraag noteerde:

“Blijkbaar was je overtuigd van de opvatting dat een onderwijsorganisatie als de jouwe een te kleine omvang heeft om zich in de toekomst te kunnen handhaven, en werd je daarin gesteund door je raadgevers en de leden van het Nutsbestuur.

Vanuit mijn ruime ervaring in deze denk ik daar echter anders over. Ik wordt in mijn opvatting gesterkt door de uitkomsten van recente onderzoeken naar goed en falend bestuur in het (weliswaar VO-) onderwijs6, 7. Die duiden op het tegendeel; gezien de onervarenheid met samenwerking en bestuur van mensen in het onderwijs aan kinderen/jongeren (b)lijkt een gemiddelde schaalgrootte –waarbinnen jouw organisatie ruimschoots valt– voordelen te bieden die een grotere moet ontberen.

De relatief kleinere organisaties, zo concluderen de onderzoekers, bieden meer ruimte en houvast voor behoud van de menselijke maat, in de voortgaande zoektocht naar (nieuwe) vormen van aansturing en samenwerking, tegen de achtergrond van een groeiende autonomie voor de onderwijsorganisaties. Ik vind het jammer dat we hierover niet in een eerder stadium van gedachten hebben kunnen wisselen.”
–Ronald van Engelen (maart 2015) 8

Uit de fusie-aanvraag van 11 mei 2015 mag blijken dat ook deze ultieme poging om hem en zijn mede-fusieadepten tot meer realiteitszin te brengen en onze scholen te behoeden voor onrepareerbare schade, compleet mislukt is. Dat vermoedde ik al toen ik enige weken na het versturen van mijn brief een korte aangetekende reactie ontving van Luuth en NUT-toezichthouder Van Iperen waarin ze namens de stuurgroep mijn constructieve argumenten wegzetten als “beschadigend en beledigend”. Ook schreven ze zich te “distantiëren” van de inhoud; dat was me echter eerder al opgevallen.

Dan zal fusie wel als minst-slechte alternatief voor samenwerking uit de ‘gedegen verkenning’ zijn gekomen?

Dus de gedeelde conclusie van wetenschappers en wetgever dat zowel de schaal van de Nutsscholen als die van Primair prima was, de schaal van Primair+ een ‘hanteerbare’ menselijke maat zou ontstijgen en fusie om die reden in principe ongewenst is, kwam niet aan bij de stuurgroep. Ook niet nadat ik ze daar nog expliciet op wees. Het verlangen om ‘bestuurlijk samen te werken’ was kennelijk te groot. De ideale vorm daarvoor –men zou open staan voor elke vorm van samenwerking– zou moeten blijken uit een stevig verkenningstraject.

Dat ‘gedegen onderzoek’ was dan ook verankerd in een solide projectstructuur:

“Een stuurgroep voert de regie op het proces, een externe deskundige zal dit proces bewaken en toetsen. Vier werkgroepen, samengesteld uit de diverse geledingen van beide organisaties en voorgezeten door directeuren uit beide organisaties, zullen gezamenlijk het onderzoek doen op de thema’s Onderwijs, Personeel, Identiteit en Financiën/Huisvesting.”
–Tineke Jansen (11 september 2014) 9

Tijdens de aftrapbijeenkomst in oktober 2014 bevestigde Tineke Jansen nog eens aan de meer dan vijftig toehoorders in de mooie zaal in Geffen dat de werkgroepen een schooljaar de tijd zouden hebben voor deze verkenning. Ook verzekerde ze de aanwezige leden van de stuurgroep, werkgroepen, schoolleiding en medezeggenschapsraden luid en duidelijk dat het een volledig open en transparant proces zou zijn, dat ze nog niks hadden besloten en sowieso niets zouden besluiten; de organisatie was aan zet!

Oh, er is helemaal niet verkend?

Op die aftrapbijeenkomst, zo’n beetje na de soep, toen wij als werkgroepenleden een eerste ontmoeting met elkaar hadden, besloot de stuurgroep ter plekke –ze zaten een paar lokalen verderop– om de verkenning alvast zelf in te vullen; fusie was toch de ‘meest ideale vorm van bestuurlijke samenwerking’.

Helaas kregen wij die essentiële informatie pas een maand later te horen. Aangezien de stuurgroep daarmee de opdracht aan de werkgroepen eenzijdig had beëndigd, maar vergeten was om de werkgroepen daarover te informeren en ze te ontbinden, of ze een nieuwe opdracht voor te houden, hebben wij zelf de stekker uit onze werkgroep gehaald. Dat leverde het nodige schoolpleintumult op, waarna in allerijl een bespreking georganiseerd werd door de toezichthouders Van Kleef van Primair en Van Iperen van ’t Nut waar onze werkgroepvoorzitter en ik voor werden uitgenodigd.

Ze hielden nog even vol dat de verkenningsopdracht met hun keuze voor fusie niet zozeer beëindigd zou zijn, maar ‘anders was ingevuld’. Toen dat niet tot acceptatie bij ons leidde, gaf men schoorvoetend toe dat de stuurgroep op basis van advies van de externe adviseur tot ‘voortschrijdend’ inzicht was gekomen en eenzijdig besloten had de verkenning te beëindigen en in te vullen met fusie. Dat was men simpelweg vergeten te communiceren. Ook had men vergeten de werkgroepen een nieuwe opdracht te geven. Dat betreurden ze, zo hielden ze ons voor.

Achteraf blijken het krokodillentranen te zijn geweest. Een half jaar na de geforceerde spijtbetuiging is de stuurgroep weer terug bij af en schrijft zonder blikken of blozen in de formele fusie-aanvraag aan de ministriële fusietoetscommissie:

En let wel: “een gedegen onderzoek is de beste garantie voor goed onderwijs”!

“Na het tekenen van de intentieverklaring is een gedegen onderzoek gestart. Het resultaat mag er zijn: een degelijk en kwalitatief uitstekend rapport met eenduidige conclusies. De stuurgroep heeft er alles aan gedaan om alle informatie helder, volledig en transparant in een fusiedocument samen te vatten. De stuurgroep spreekt het vertrouwen uit dat het fusiedocument herkenbaar is en de conclusies onderschreven worden. Voor de stuurgroep is dit de beste garantie dat in de toekomst identiteitsgebonden en kwalitatief goed onderwijs aangeboden kan worden. Een mooi doel.”
–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

In tegenstelling tot wat men daarover beweert, heeft de stuurgroep er juist ‘alles aan gedaan’ om niet ‘volledig’ of ‘helder’ te zijn. Laat staan dat het resulterende fusiedocument ‘kwalitatief uitstekend’ of ‘herkenbaar’ zou zijn. Men vervolgt het formele stuk met het kopje ‘Wet goed onderwijs en Code Goed Bestuur’:

“Beide bevoegde gezagen kiezen voor een juridische fusie om te voldoen aan deze eis. De bevoegde gezagen kiezen voor deze variant na zorgvuldige afweging van alternatieven … Naast literatuuronderzoek hebben beide bevoegde gezagen zich laten adviseren door externe adviseurs en collega-stichtingen.”
–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

Met de ‘afweging van alternatieven’ bedoelen de bestuurders de ‘wondergoal’ tijdens de aftrapbijeenkomst10. Allesbehalve ‘zorgvuldig’ dus. En ook de bewust foutief aangehaalde resultaten uit het ‘literatuuronderzoek’ kennen we inmiddels. En zelfs wat betreft de raadgevers klopt de informatie niet. Immers lieten de stuurgroepvertegenwoordigers ons in het spoedberaad weten dat de vroegtijdige dood van de verkenning was ingegeven door het advies van dé externe adviseur, zoals aangekondigd in de brief aan de achterban van september 2014:

“Een stuurgroep voert de regie op het proces, een externe deskundige zal dit proces bewaken en toetsen.”
–Tineke Jansen (11 september 2014) 9

Zeker is gebruik gemaakt van de bijdragen van andere adviseurs, zoals die van het coöperatieve administratiekantoor, Mosagroep. In hoeverre die ‘extern’ zijn te noemen is de vraag, aangezien Tineke Jansen ook daar als bestuurder de scepter zwaaide gedurende de hele fusieperiode; niet echt een pré voor objectief advies11. Bovendien betrof dat onderzoek de financieel-administratieve compatibiliteit van beide bij de Mosagroep aangesloten organisaties –dat zat dus wel snor– en niet de vormgeving van de bestuurlijke samenwerking. Daar was men immers al tijdens de aftrapbijeenkomst uit.

Ook zou men open hebben gestaan voor gevraagd en ongevraagd advies. Dat impliceert echter dat je daar ook iets mee doet, anders dan het weg te bluffen of te negeren, en als dat niet meer lukt, te diskwalificeren:

“Transparante communicatie tijdens de procesgang en het open staan voor adviezen, gevraagd en ongevraagd, heeft beide bevoegde gezagen overtuigd van de juiste keuze.”
–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

Als dit onderzoeksproces en het resulterende document ‘de beste garantie’ zou zijn voor toekomstig goed onderwijs, dan hou ik mijn hart vast voor onze kinderen en regio. En dat onder de kop ‘Code goed bestuur’. Blijkbaar heeft men niet begrepen dat het aanhalen van een dergelijke gedragscode veronderstelt dat je daar ook naar handelt:

“Artikel 14 – Leidraad schoolbestuur, lid 2: Het schoolbestuur handelt en besluit integer en rechtmatig, ten minste in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en draagt zorg voor een integere bedrijfsvoering.”
–PO-raad (2014)12

Als dit bij de stuurgroep zelf tot overtuiging en vertrouwen zou hebben geleid, dan lijkt me dat volledig misplaatst. Tot zover de snelste verkenning ooit.

Geen verkenning en geen schaalvoordeel dus. Gelukkig wordt er wel flink in de overheadkosten gesneden

Terug naar de tweede plenaire bijeenkomst. De werkgroepvoorzitter financiën was natuurlijk al lang op de hoogte van het feit dat de ‘verkenning’ alleen maar een verkoopverhaal voor het publiek was. Hij veronderstelde dat ook ik toegelaten was tot de inner-circle en dus ingestemd had met die verwerpelijke strategie. Uit mijn vraag bleek dat die aanname onterecht was. Vandaar zijn aangeslagen reactie en de geërgerde ingreep door zijn toezichthouder.

De werkgroepvoorzitter –destijds ook locatiedirecteur van de Primair-locatie Geffen, waar tevens het bestuurs- en stafkantoor gevestigd is– recupereerde snel en vervulde zijn rol in het verkooptraject verder met verve. Hij vervolgde zijn glorieverhaal met de constatering dat de kosten voor bestuurlijke overhead flink zouden afnemen door het wegvallen van de positie van de algemeen directeur van ’t Nut. Dat zou een mooie besparing opleveren van één bovenschoolse-directeursalaris. De toezichthouders van ’t Nut zijn tot de fusie onbezoldigde vrijwilligers, dus daar valt niets te besparen. Voor drie van hen geldt dat hun belangrijke controlerende taken ná de fusie wel betaald zullen worden, aangezien het toezicht van Primair (en dus Primair+) ‘professioneel is ingericht’.

Toch valt de besparing flink tegen. Er was namelijk voor de Geffense locatiedirecteur annex werkgroepvoorzitter financiën een mooie nieuwe positie in de staf op het Geffense hoofdkantoor gecreëerd. En dat al maanden daarvoor, in december 2014. Vanaf april 2015 zou hij zich voortaan bovenschools directeur kwaliteit en innovatie mogen noemen. Een fikse nieuwe kostenpost dus, die de besparing van het wegvallen van de algemeen directeur van ’t Nut voor het grootste deel doet verbleken. Tijdens de presentatie, toen hij de pet van werkgroepvoorzitter financiën op had, wist hij wel de besparing bij de NUT-leiding te melden, maar vergat daarbij de nuance over de tegenvallende netto-besparing voor de totale bovenschoolse schoolleiding te noemen. Terwijl hij nog geen maand later van start zou gaan in zijn nieuwe baan.

De mogelijke besparing van overhead blijkt al vergeven aan een nieuwe directeursfunctie bij Primair

De creatie van die nieuwe dure stafpositie en de non-sense in het krantenartikel schoot de NUT-achterban vanzelfsprekend in het verkeerde keelgat. Immers was ons verteld dat Primair financieel in zwaar weer verkeerde en daarom op zoek zou zijn naar de ‘intensivering van de bestuurlijke samenwerking’, zoals Tineke Jansen op lokale TV bevestigde in juli 2015:

“Eigenlijk is het natuurlijk een financieel verhaal …”
–Tineke Jansen in een interview door D-tv (14 juli 2015)13

De bestuurders hadden hun boodschap van angst ook duidelijk gecommuniceerd naar de fusietoetscommissie:

“Volgens aanvragers is de leerlingendaling een reden voor de fusie. Deze daling bedreigt volgens aanvragers … de bovenschoolse expertise en ondersteuning van Primair.”
–Commissie Fusietoets Onderwijs (september 2015) 3

De ‘bedreiging’ van ‘bovenschoolse expertise’ bij Primair was echter al een half jaar voordat de fusie werd voorgelegd aan achterban, gemeenteraad en toetscommissie van de baan. Blijkbaar hadden de Primair-bestuurders het tij zozeer weten te keren dat zij het verantwoord achtten een nieuwe stafpositie te creëren. Voor een bovenschoolse directeur nog wel. En zonder het verhaal van de financiële dreiging bij te stellen.

Het uitblijven van een reactie op deze opzienbare ontwikkeling vanuit ’t Nut deed vermoeden dat ook zij daarmee instemden. Ook de verspreiding van de onzin via de krant legde men naast zich neer. Daarop besloot ik melding te maken van die voorvallen bij onze bestuurders en daarmee deelname aan het proces te beëindigden:

“Primair heeft ons altijd voorgehouden dat haar motieven voor fusie vooral financieel van aard zouden zijn. … Groot was de verbazing dan ook toen tijdens de presentatie door Tineke Jansen tijdens de laatste plenaire bijeenkomst vorige week duidelijk werd dat deze noodleidende stichting een uitbreiding van één FTE in directieschaal voor haar staf in het hoofdkantoor had weten te creëren; de zogeheten ‘manager Kwaliteit, Innovatie en Beheer (KIB)’. Alvast een voorschotje op de fusie wellicht?”
–Ronald van Engelen (maart 2015)8

Uit de reactie van onze NUTs-bestuurders namens de stuurgroep –mijn melding werd gediskwalificeerd als ‘beledigend en beschadigend’ en later stemde men zelfs in met het delen van de kosten voor de nieuwe directeurspositie– blijkt dat er onzichtbare krachten aan het werk zijn; de fusie moest kennelijk koste wat kost doorgeduwd worden.

“4.4.8: Na de juridische fusie [wordt] … de inzet van financiële middelen voor innovatie vergeleken ten behoeve van de besluitvorming van het College van Bestuur van de nieuwe stichting.”
–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

De in april 2015 gestarte innovatiedirecteur van Primair drukt dus inderdaad op het nieuwe ‘solidaire’ budget zoals dat een maand na diens aanstelling werd geaccordeerd door de NUT-ters. Cunning!

Het draait dus inderdaad niet om kostenbesparing. Wat er werkelijk toe doet is behoud van de Nuts-identiteit! Toch?

Hoe dan ook zouden zowel de Nuts- als Primairidentiteiten behouden blijven. Dat was immers nummer één voorwaarde voor fusie:

[Primair en ’t Nut nemen het intentiebesluit, overwegende dat] … het van belang is de positie, de pluriformiteit, de continuïteit en de kwaliteit van het katholiek en Nutsonderwijs in de gemeenten Oss, Bernheze en Maasdonk te waarborgen.”
–’Intentiebesluit’ Fusiestuurgroep (10 september 2014)2

De NUTs-bestuurders herhaalden die overweging nog eens in gewonemensentaal in de aankondigingsbrief:

“Ons uitgangspunt is dat al onze scholen als zelfstandige scholen met behoud van hun eigen identiteit blijven bestaan.”

En zelfs tot de eindstreep bij de commissie houden ze dat vol:

“Wat betreft de identiteit van De Nutsscholen geldt dat deze scholen na de fusie niet meer zullen zijn aangesloten bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, maar dat de ‘nutsidentiteit’ van de scholen na de fusie in de praktijk niet zal wijzigen.”
–Commissie Fusietoets Onderwijs (7 september 2015) 3

Volgens Luuth is er dan ook sprake van een breed draagvlak onder de ouders/verzorgers cq leden van ’t Nut:

“Het vertrouwen van de NUT-leden blijkt groot”; er is “bijna unaniem” vóór fusie gestemd

“In juli heeft de Algemene Leden Vergadering (ALV) van het Nut nagenoeg unaniem ingestemd met de voorgenomen fusie van Primair en Nut; het vertrouwen van de leden (ouders) in de nieuwe plannen en organisatie blijkt groot, de noodzaak tot een vorm van intensieve samenwerking wordt breed gedragen.”
–Luuth van den Berg (28 september 2015) 14

Mijn zorgen voor behoud van de gewaardeerde nutsidentiteit naar aanleiding van de aankondiging van de fusie een jaar eerder waren blijkbaar onterecht:

“In uw brief geeft u aan dat identiteit één van de zaken is die u wilt behouden. Een wens die me vanzelfsprekend deugd doet. Echter, indien mijn aanname klopt dat uw scholen op zullen gaan in een andere bestaande scholengemeenschap, dan is behoud van identiteit niet bepaald evident. U beëindigt dan feitelijk de (deelname aan de) waardengemeenschap van waaruit de scholen hun identiteit nu vormgeven. Bovendien valt dan tevens de bestuurlijke kracht weg om die te behouden of verder te ontwikkelen. Ik maak daaruit op dat u die gewaardeerde eigen identiteit uiteindelijk toch ondergeschikt acht aan uw andere beweegredenen. In zo’n scenario zal het nieuwe gezag bepalend zijn voor wat er van onze gezamenlijke wens terechtkomt.”
–Ronald van Engelen (september 2014) 15

Wat de één wil bevorderen (het katholicisme) wordt door de ander geduid als iets waar men ‘naast [wil] varen’

Ook de conclusies die volgen uit de analyse van de compatibiliteit van de identiteiten van beide scholengemeenschappen stemmen me niet gerust:

“Dat lijkt de zaken er niet makkelijker op te maken. Sterker nog, de meeste uitgangspunten en standpunten van u beiden staan haaks op elkaar of sluiten elkaar zelfs uit. Een in het oog lopende tegenstelling is dat wat de één wil bevorderen (het katholicisme) door de ander wordt geduid als iets waar men ‘naast [wil] varen’.

Gezien de overige uitingen zal het met de stichtende drang van Primair wel los lopen. Wat daarin wel opvalt, is dat christelijke uitgangspunten zoals naastenliefde en rentmeesterschap blijkbaar plaats hebben gemaakt voor een gedachtegoed waarin strikt gestuurd wordt op kortetermijnresultaten en -prestaties en dat ook het enige is wat lijkt te tellen. Het is me onbekend waarom die drastische omkering niet in de statuten is opgenomen. Ofwel zijn de bestuurders er nog niet aan toe gekomen, of ze vinden het eenvoudigweg niet belangrijk genoeg. Hoe dan ook voorspelt de omgang van Primair met de eigen identiteit weinig goeds voor de ontwikkeling, behoud en beleving van de identiteit van onze scholen, welke dat ook moge zijn.”
–Ronald van Engelen (september 2014) 15

Luuth nodigt me naar aanleiding van die brief uit om deel te nemen aan de ‘werkgroep identiteit’. Dat lijkt het beeld te bevestigen dat hij mijn zorgen deelt, uit is op behoud van de nutsidentiteit, en een zuivere procesgang voorstaat. Echter, in zijn laatste publicatie over de fusie, meer dan twee maanden ná de ministeriële goedkeuring en meer dan een jaar nadat de ‘werkgroep identiteit’ van start gaat, verrast hij ons met het volgende tragische bericht:

’t Nut stond al “buitenspel” sinds de wet op de medezeggenschap in 1992

“De realiteit was dat er zich de laatste vijftien jaar nog maar zeer mondjesmaat leden (ouders) melden op de algemene ledenvergadering. Vaak ook waren dit ouders die ook al zitting hadden in een oudercommissie of een medezeggenschapsraad. Echte besluiten … werden er ook niet meer op een ledenvergadering genomen. … De komst van de wet op de Medezeggenschap Onderwijs in 1992 zette min of meer de rol en invloed van de vereniging buiten spel.”
–Luuth van den Berg (4 november 2015) 14

Wat? Maar hij verzekerde ons toch behoud van de nutsidentiteit? En er was toch sprake van ‘breed draagvlak’ bij de ‘Nuts-leden’? Verwarring alom. Gelukkig weet Tineke Jansen, de nieuwe bestuurder van onze Nutsscholen in ieder geval wat er speelt en durft daar zeer stevig stelling in te nemen, nota bene in de krant:

“Blijft de identiteit hetzelfde?”: Tineke Jansen garandeert het in de krant: “Daar kan geen misverstand over bestaan!”

“Het grootste punt van zorg bij veel ouders en leerkrachten: “blijft de identiteit hetzelfde?” Volgens Jansen kan daar kan geen misverstand over bestaan!”
–Tineke Jansen (17 maart 2015)5

De Primair-bestuurder stelt dat “de denominatie van de nieuwe organisatie toch zal moeten veranderen”

“Toch zal de denominatie van de nieuwe organisatie veranderen. Die zal dan ‘algemeen-bijzonder’ worden.”
–Tineke Jansen (17 maart 2015)5

Daarmee herhaalde ze wat ze met de bestuurders was overeengekomen in het originele fusie-intentiebesluit van september 2014:

“Overwegende dat … bestuurlijke schaalvergroting alleen mogelijk is door het katholiek onderwijs met toepassing van artikel 84 van de Wet op het primair onderwijs om te zetten in bijzonder neutraal onderwijs;

Nemen [Primair SKO en ’t Nut] het intentiebesluit … de procedure op te starten voor omzetting van het katholiek onderwijs in algemeen bijzonder onderwijs;”
–’Intentiebesluit’ Fusiestuurgroep (10 september 2014)2

De denominatie zou dus inderdaad omgezet worden naar ‘algemeen bijzonder’, zoals Tineke in de krant bevestigt. Toch waren wij daar als aangewezen werkgroep ‘Identiteit’ niet van op de hoogte. Ook niet na het spoedoverleg half november 2014, toen de stuurgroepvertegenwoordigers bevestigden dat de ‘verkenning naar de meest ideale vorm van bestuurlijke samenwerking’ helemaal van de baan was en we met hernieuwde geestdrift gestart waren met de nieuwe opdracht: een haalbaarheidsonderzoek voor de fusie vanuit het beleidsdomein identiteit, ofwel een fer-invuloefening voor het hoofdstuk ‘keuzevrijheid’.

Dat blijkt moeilijk uitvoerbaar; dan blijven we toch gewoon katholiek? Of NUTs?

Tijdens die invuloefening constateerden we dat de verandering van denominatie zoals opgenomen in het intentiebesluit niet (eenvoudig) haalbaar zou zijn, of mogelijk zelfs niet wenselijk. Die bevindingen hadden we met de stuurgroep gedeeld. Kennelijk was dat stuurgroep-voorzitter Tineke Jansen ontgaan, met de pijnlijke fout in de krant als gevolg. Er volgde geen rectificatie of excuses van haar zijde en ze liet de gevolgen van deze publieke misstap verder rustig doorsmeulen.

Waar gaat ‘identiteit’ eigenlijk over? Ah, de “couleur locale”

Kernwaarden, missie, visie, identiteit, denominatie? Het lijkt alsof ze het maar moeilijk gedoe vinden, zo bleek ook al uit het intentiebesluit:

“Primair en ’t Nut … nemen het intentiebesluit; … de scholen blijven werken vanuit de bestaande missie, visie en kernwaarden en hun couleur locale c.q. eigen identiteit kunnen behouden;”
–’Intentiebesluit’ Fusiestuurgroep (10 september 2014)2

Er is echter een groot verschil tussen het gebruikelijke (de ‘couleur locale’) en de beleefde identiteit. De identiteit van een organisatie heeft te maken met wie je wilt zijn, en wat je uit wilt dragen. De keuze of er wel of niet een kerstboom in de gang komt, heeft meer te maken met couleur locale dan met identiteit. De keuze of je het christelijke gedachtegoed wilt uitdragen en wilt voorleven, heeft alles te maken met identiteit. Identiteit gaat over het maken van het onderscheid tussen het normatieve (‘handel ik juist?’) en het ethische (‘handel ik goed?’), en tussen het zakelijke en het spirituele. De identiteit kan overeenkomen met de denominatie, maar dat hoeft niet zo te zijn. Echter, als er een verschil is tussen de twee, zoals ik bij Primair meende te zien in september 2014, dan zou dat eenvoudig en duidelijk benoemd moeten worden, inclusief de redenen voor die discrepantie.

In de wet op de fusietoets voor het onderwijs wordt veel nadruk gelegd op identiteit onder de noemer ‘keuzevrijheid’. En niet voor niets. De wet is ontstaan in reactie op de vele voorbeelden van falend openbaar bestuur. Ook in het onderwijs ging het steeds vaker mis toen de financiële autonomie van scholen en hun bestuurders en toezichthouders toenam en men als gevolg daarvan ‘GROTER’ was gaan denken. Amarantis is één van de meest bekende en trieste voorbeelden daarvan. Uit die voorbeelden is gebleken dat slecht bestuur zich kenmerkt door het onvermogen of de onwil om normatieve kaders te definiëren of zich daar aan te houden. Dan ontstaat een cultuur waarin men weliswaar niet (altijd) bewust de wet overtreedt, maar waar men wel structureel tegen het algemeen belang en vóór de particuliere belangen van de betrokken bestuurders en functionarissen handelt. Het is gebleken dat het ‘professioneel inrichten’ van op papier gescheiden toezicht dan niet helpt. In de genoemde voorbeelden faalden de toezichthouders even hard als de bestuurders die onder hun verantwoordelijkheid en controle stonden.

Die wetenschap was onze bestuurders en toezichthouders kennelijk (ook) ontgaan. Zelfs anno 2015, met alle voorbeelden van wanbestuur nog vers in het geheugen, zijn ook zij flink van de weg geraakt wat betreft het vertonen van wenselijk gedrag. Terwijl ze notabene zelf de ‘Code goed bestuur’ aanhalen. Die gedragscode is net als de fusietoets een goedbedoelde poging om gebrek aan professionaliteit en moraliteit te ondervangen. Maar tegen cynisme is geen kruid opgewassen. De fusietoets vormde voor onze bestuurders en toezichthouders een ongewenste –maar redelijk eenvoudig te nemen– maatschappelijke horde. Zoals men ook ‘het probleem’ van draagvlak bij de achterban meende te kunnen ‘oplossen’.

Waar gaat de ‘menselijke maat’ eigenlijk over? Oh, kleine schooltjes!

Ook bij de hantering van het begrip ‘menselijke maat’ gaat men opvallend consistent de mist in. In de context van scholen gaat dat natuurlijk óók over het voorkomen van de creatie van leerfabrieken. Maar dat zal bij de Primair-locaties –zoals Basisschool De Kleine Weide met 86 leerlingen in mijn geboortedorp Oijen– niet zo’n vaart lopen.

“Het gaat nadrukkelijk om een bestuurlijke samenwerking. Vergroting van schaal heeft geen gevolgen voor het onderwijs op de scholen, voor de menselijke maat binnen beide organisaties en voor de persoonlijke benadering van onze leerlingen en hun ouders/verzorgers. Immers op onze scholen blijft de kleinschaligheid behouden.”
–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

In het geval van een fusie van schoolbesturen in het primair onderwijs handelt het over de mate waarin de (door de maatschappij) gewenste omvang van dat nieuwe bestuur overeenkomt met de ambities en professionaliteit van de bestuurders. Zo ook bij deze fusie. De ‘menselijke maat’ gaat dan niet over de grootte van de schooltjes (die blijven zoals ze zijn), maar om de schaal en inrichting van een bestuurlijke organisatie met toezichthouders, schoolleiders, waaronder bovenschoolse directeuren en locatiedirecteuren, en staforganen.

Aangezien de bestuurders op dit punt willens en wetens met cijfers en onderzoeksresulaten hebben gegoocheld, mag ervan uitgegaan worden dat ook de begripsverwarring rondom de ‘menselijke maat’ bewust als instrument is ingezet om belanghebbenden en controlerende organen op het verkeerde been te zetten. Want eigenlijk is het niet zo moeilijk; één van de twee organisatorische entiteiten komt simpelweg te vervallen, en de overblijvende bestuurlijke organisatie wordt uitgebreid. Dat was ook van meet af aan de verborgen intentie:

“Overwegende dat … bestuurlijke schaalvergroting alleen mogelijk is … nemen [Primair SKO en ’t Nut] het intentiebesluit;”
–’Intentiebesluit’ Fusiestuurgroep (10 september 2014)2

Waar men schrijft over ‘bestuurlijke samenwerking’ bedoelt men de opheffing van de vereniging, het toezicht en het dagelijkse bestuur van de Nutsscholen. En waar staat ‘geen gevolgen van de menselijke maat binnen beide organisaties’ gaat het concreet over een groei van de menselijke maat van 333% voor de mensen van ’t Nut en van 30% bij Primair, zoals de toetscommissie ook al was opgevallen.

Het past in het beeld van een organisatie met een moreel kompas dat niet geijkt is. Wankel balancerend op de wettelijke marges, maar duidelijk over de grenzen van het wenselijke, en dat met de harde les van Amarantis nog vers in het geheugen:

“Er bestaat geen lijst van gedragsvoorschriften voor wenselijk gedrag van bestuurders in het onderwijs. Veelal is ‘goed bestuur’ een kwestie van intuïtie en Fingerspitzengefühl, waarbij dikwijls pas na incidenten duidelijk wordt dat er een onzichtbare grens is overschreden in gewenst gedrag. Bestuurders in het onderwijs hebben een voorbeeldfunctie. Met hun gedrag vertegenwoordigen zij de belangrijke waarden van de publieke sfeer: betrokkenheid, dienstbaarheid, professionaliteit en matigheid. Zij zijn daarmee het voorbeeld voor de organisatie die zij vertegenwoordigen en voor de burgers die van hun diensten gebruikmaken.”
–’Niet onwettig, wel onwenselijk’-Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis (februari 2013)16

In die sfeer is een oproep tot betrokkenheid aan ouders/verzorgers en personeel niets meer dan mooidoenerij. Men wil het liefst met rust gelaten worden. Dat is dan ook gebleken; constructieve kritiek en waarschuwingen werden structureel in de wind geslagen of als ‘beledigend’ gediskwalificeerd. Dat herinnert aan de hardnekkigheid van Koos Jansen, de voormalige voorzitter van de raad van toezicht van Amarantis, die op nationale TV ‘reflecteerde’ nadat het drama dat zich onder zijn toeziend oog had voltrokken publiek nieuws was geworden:

“Want als ik het maar geweten had, hadden we ingegrepen! Maar geen schakel heeft ons erop geattenteerd!
Een gewaarschuwd mens telt voor twee!”
–Koos Jansen (december 2012)17

Niet het behoud, maar juist de beleidsmatige afbraak van identiteit is ingezet als strategisch instrument

Kern van de strategie voor het verkopen van een verborgen fusie als zijnde ‘bestuurlijke samenwerking’ was de belofte voor behoud van identiteit (of ‘identiteitsgebonden onderwijs’) en de menselijke maat. NUT-fusiekartrekker van Iperen windt er geen doekjes om:

“Om te kunnen concurreren is het juist verstandig om de identiteit van het NUT niet te wijzigen in een katholieke, omdat het SKBO al de katholieke identiteit heeft … . Belangrijker nog dat het aspect van concurrentie, is het behoud van identiteit een voorwaarde geweest om tot fusie te kunnen komen.”
–ALV-notulen ’t Nut (13 juli 2015)18

Vanuit een dergelijk simplistisch perspectief is ook de blauwdruk voor de ‘nieuwe’ organisatie te begrijpen, waarin juist het breken van de belofte van behoud van identiteit is ingebakken. Men schrijft:

4 Beleidsvoorstellen
… Op basis van de aanbevelingen uit de onderzoeksrapporten doet de stuurgroep per domein de volgende beleidsvoornemens voor de situatie na het besluit tot juridische fusie.

4.1 Identiteit
De katholieke en algemeen bijzondere identiteit van de nieuwe stichting zijn vastgelegd in de nieuwe statuten en verwerkt in de organisatiestructuur en worden verwerkt in het personeelsbeleid.

  1. De nieuwe stichting garandeert dat de personeelsleden, die voor de fusiedatum in dienst zijn bij de bevoegde gezagen, niet verplicht kunnen worden te werken op een school van een andere denominatie. …
  2. Het College van Bestuur van de nieuwe stichting stelt een commissie Identiteit in. …
  3. Naast de levensbeschouwelijke identiteit besteedt de in te stellen commissie aandacht aan schoolcultuur en de cultuur van de organisatie.”

–Stuurgroep fusie (11 mei 2015)4

Wat betreft de bezieling van de school en identiteit middels personeelsbeleid (punt 4.1.1) stelt men een sterfhuisconstructie voor. Alleen zittend personeel heeft wat te kiezen. Tenminste, als het de bestuursvoorzitster goed dunkt; die ‘garantie’ is immers slechts een ‘beleidsvoorstel’. Nieuwe personeelsleden kunnen straks sowieso verplicht overgeplaatst worden naar een school van een andere signatuur.

Voor schoolleiders zal daarenboven een actief mobiliteitsbeleid gelden in de vorm van de ‘Primair-carrousel’. Dat kan een goed instrument zijn, bijvoorbeeld om het werk van schoolleiders uitdagend te houden. Een bestuurder kan het ook inzetten om te voorkomen dat diens locatiedirecteuren al te warme verbindingen kunnen opbouwen met de mensen op de ‘werkvloer’ of met de lokale gemeenschap. Precies halverwege de fusie, in april 2015, net voordat de fusie-aanvraag werd voorgelegd aan de achterban, ging de mallemolen ook heel even draaien. Als Primair-locatiedirecteuren al het lef hadden gehad om in gesprek te gaan met hun personeel en lokale achterban over de gevolgen van de fusie voor hen, dan mocht een ‘vreemde’ locatiedirecteur dat stokje overnemen. Of, zoals in het geval van mijn oude school in Oijen, een compleet nieuwe:

“Meerscholendirecteur met lef voor BS De Kleine Weide in Oijen en BS Sint Jozef in Lithoijen”
–Vacature – Primair SKO (28 oktober 2014)19

Mensen die bewust willen kiezen voor een school met een duidelijke christelijke of niet-christelijke signatuur zullen straks bij Primair+ niets te zoeken hebben. Daarmee zal de bezielde invulling van de huidige identiteit(en) wegvallen in de toekomst. Immers varen de ‘Nuts’-locaties straks niet meer ‘naast’ het katholieke onderwijs, maar zitten ze bij hen in de boot. Dat is op zich niet erg, en wellicht zelfs wenselijk, maar dan zou men dat moeten duiden en uitdragen.

Mocht dat natuurlijke identiteits-sterfproces niet snel genoeg gaan, of wanneer identiteit hun ambities in de weg dreigt te zitten, dan hebben de bestuurders een extra ‘garantie’ opgenomen in het fusiedocument voor het toekomstig eenzijdig kunnen ingrijpen. Daartoe is zorgvuldig gekozen voor de formuleringen ‘beleidsvoornemen’ en ‘beleidsvoorstel’ in plaats van ‘voorgenomen besluit’ of ‘beleidsafpraak’. Dat ontneemt de daarvoor bedoelde organen (MR-en en GMR) elk vorm van zeggenschap bij toekomstige wijziging van een dergelijk ‘voornemen’.

Luuth vat het samen: “Alle positieve uitkomsten” betekenen “geen bezwaren”!

Luuth liet zich door alle gekunstelde formuleringen, noodgrepen, kritiek en signaleringen echter niet uit zijn positieve flow halen:

“Alle positieve uitkomsten betekenden dat er niets meer in de weg stond om de al eerder genoemde FER op te sturen naar de onafhankelijke Commissie Fusie Toets Onderwijs (CFTO). Dit houdt in dat er geen bezwaren werden geconstateerd en dat de gewenste fusie dus per 1 januari 2016 daadwerkelijk een feit zal zijn. En dat is uiteraard fantastisch nieuws; de weg is nu vrij om samen te gaan werken aan een nieuwe sterke onderwijsorganisatie, met een duidelijk toekomstperspectief en –bestendigheid.”
–Luuth van den Berg (4 november 2015) 14

Wat betreft dat toekomstperspectief; dat is inderdaad heel duidelijk … in elk geval bij de Primair-bestuurders. In april 2015 –dus maanden vóórdat de fusie voorgelegd werd aan de Nut-belanghebbenden en één maand na de brutale maart-acties– liet bestuurder Tineke Jansen met haar kersverse innovatiedirecteur alvast een fancy filmpje maken over ‘Het bestuursondernemingsplan 2015–2019’, waarin ‘de strategische koers voor de komende jaren’ wordt beschreven. Het mag niet verbazen dat de fusie, ’t Nut en de Nutsscholen daarin geen enkele rol spelen.20 Ook is er geen plaats voor de eigen (katholieke) identiteit en regio in het machinale mensbeeld dat uit de film spreekt.

Maar, ‘er werden geen bezwaren geconstateerd’? Er werden allerlei bezwaren geconstateerd. Zowel door ouders/verzorgers, de leden van de NHJ-V-MR en de Nut-GMR, als door de toetsingscommissie:

De Nutsscholen worden ondergebracht in een organisatie met een te grote omvang
Terwijl dat nu op een goed niveau zit en er geen sprake is van een zichtbare financiële of inhoudelijke noodzaak tot fusie. Men neemt dus een onnodig risico op basis van onduidelijke motieven, met publiek geld en de eigen scholen, medewerkers en leerlingen als inzet. En dat doet men willens en wetens, zo is gebleken uit de consistent foutieve hantering van het begrip ‘menselijke maat’ en het bewust verkeerd aanhalen van wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Dit toont aan dat de huidige omvang van Primair de toekomstige bestuurders van Primair+ nu al boven de pet is gegroeid.
De Nutsidentiteit zal nog verder verschrompelen tot folklore/imago
De Nutsscholen worden feitelijk vijf extra locaties cq drie BRIN-nummers van een bestaande rooms-katholieke organisatie. Dat wordt gegarandeerd door de 2/3 meerderheid van de pseudo-katholieken in de gefuseerde organisatie wat betreft aantal scholen, leerlingen, directeuren en personeelsleden, de inrichting van het huidige eenhoofdige ‘college van bestuur’ en de bestuurscultuur van haar en haar toezichthouders, en het wegvallen van het formele fundament onder ‘t Nut. In een dergelijke complexe constellatie dient ‘behoud van identiteit’ met harde afspraken verzekerd te worden. In plaats daarvan lijkt juist de afbraak daarvan gegarandeerd middels een sterfhuisconstructie en het wegnemen van de mogelijkheid van formele instemmingsbevoegdheid wanneer de bestuurders behoefte hebben aan verandering van de identiteit. Ook de consistent ingezette begripsverwarring tussen ‘couleur locale’ en ‘identiteit’, en het gerommel met denominaties onderstrepen het vermoeden dat dit een bewuste strategie is.
Niet de leerlingen of hun leerkrachten, maar de ja-knikkers in de inner-circle zullen centraal staan
Gezien de opname van onze Nutsscholen in een verder ongewijzigd Primair zullen wij de twijfelachtige bestuurscultuur van die organisatie erven. De manier waarop het fusieproces is aangestuurd is daarvoor helaas een goede voorspeller. Het past in het geadverteerde berekenende mensbeeld van deze bestuurders waarin ze schooldoen tot vervelens toe uitleggen als ‘zakendoen’ of ‘ondernemen’. Dan is het logisch dat niet het gelukken van medewerkers en leerlingen centraal staat, maar de particuliere behoeften van de napraters en ja-knikkers in de inner-circle. Gezien de onwil of het onvermogen van hen allen wat betreft het omgaan met inhoudelijke kritiek kan van de in de fusie-aanvraag gedroomde ‘lerende organisatie’ geen sprake zijn.

Betrokkenheid? Bestuurlijke aanspreekbaarheid? De menselijke maat? Behoud van identiteit? Dikke doei!

Luuth ontkurkt nog eens een fles mooie champagne voor Tineke Jansen-Coppens uit Oss
Luuth
ontkurkt nog eens een fles mooie champagne voor
Tineke. Proost!

Zo bezien rest er maar één concreet en inhoudelijk motief voor fusie; salarisbehoud voor de bestuurster. Zij zou namelijk een schaal teruggezet kunnen worden indien –zoals geprojecteerd– het aantal leerlingen bij Primair toekomstig onder de 2.000 leerlingen zou komen. Dat zou haar dan maximaal €9.000 bruto per jaar kunnen ‘kosten’, zo’n 8% van haar inkomsten.21 Aangezien ze dat salaris zelf mede heeft vastgesteld vanuit haar bestuurszetel in de bestuurdersvereniging-PO zal haar die ‘financiële bedreiging’ niet ontgaan zijn.

Als voorzitter van college van bestuur Primair SKO, voorzitter van de fusie-stuurgroep, bestuurder van de Mosagroep en bestuurder van de bestuurdersvereniging-PO heeft ze die concrete bedreiging weten om te zetten in persoonlijke winst. En ondanks die drukte en overvolle kast met petten, vond ze tijdens de fusie ook nog ruimte om actief deel te nemen aan symposia en denktanks. Zo nam ze deel aan een rondetafelgesprek met het ministerie, dat leidde tot onderstaande passage uit de zeer interessante brochure ‘Moedig onderwijsbestuur’ –hoe ironisch:

“Er bestaan inmiddels wel allerlei verbroken verbindingen. Tussen het onderwijsbestuur en de werkvloer, met de samenleving en tussen de horizontale verantwoording en het verticale toezicht. Samenspraak is nodig, omdat het verbindt en tegengeluid een plaats geeft. Er zijn ‘kritische vrienden’ rond een bestuur nodig die de spiegel voorhouden. … Dat moet je wel organiseren, want het ontbreekt nog teveel.”
–Moedig onderwijsbestuur (mei 2015)22.

Het lijkt kortom een heel bewuste keus geweest van haar, haar bestuursvrienden en loyale Kwaliteitsdirecteur om niet te streven naar de ‘menselijke maat’, ‘bestuurlijke transparantie’ of ‘aanspreekbaarheid’, maar naar een win-winsituatie voor hen allen. De mogelijkheid tot beleidsmatige afbraak van identiteit vormt daar een essentieel onderdeel van.

Tineke Jansen heeft er nooit een geheim van gemaakt een ‘belangrijke speler op de onderwijsmarkt’ te willen zijn.4 Dat spel wordt hard en agressief gespeeld. Tegen een decor van zachte, menselijke waarden, worden publiek geld, wetgeving en wetenschap gereduceerd tot rekwisieten, en spelen de belangen van onderwijs en regio, en die van de werkelijk betrokkenen, waaronder personeelsleden, ouders/verzorgers, en –last but not least– leerlingen, hoogstens de rol van figuranten.

Hoe naïef kan een mens zijn.

Ronald van Engelen
Oss, 7 november 2015


Inhoudsopgave

Voetnoten:

1

Jansen, Tineke & Berg, Luuth van den (28 september 2015).
Ministerie verleent goedkeuring aan de bestuurlijke fusie tussen Primair en het Nut.
Geffen/Oss: Primair SKO/’t Nut.
Online geraadpleegd van
www.nut-oss.nl/downloads/info/2015/Actueel/Verkenningstraject_bestuurlijke_samenwerking_Primair_Nut_28_09_15.pdf

2

Coppens-Jansen, Tineke, Kleef, T. van, Berg, Luuth van den & Iperen, Peter van (10 september 2014).
Voorgenomen [sic] intentiebesluit.
Geffen/Oss: Primair SKO/Nutsscholen Oss.
Online graadpleegd van
sites.google.com/a/primairsko.nl/bestuurlijk-verkenningstraject-primairsko-nut/nieuws/preambulevoorgenomenintentiebesluit

3

Wieringen, prof. dr. AML van (7 september 2015).
Beoordeling fusie-aanvraag AFO 167.
Den Haag: Commissie Fusietoets Onderwijs in opdracht van het ministerie van onderwijs.
Online geraadpleegd van
cfto.nl/page/downloads/Advies_afo167.pdf

4

Jansen, Tineke & Berg, Luuth van den (11 mei 2015).
Fusiedocument – Toelichting op fusieaanvraag.
Geffen/Oss: Fusie-stuurgroep.
Online geraadpleegd van
www.nut-oss.nl/downloads/info/2015/Actueel/Fusiedocument_Nut-Primair_11_05_15.pdf

5

Vos, Tom (17 maart 2015). “Er zijn eigenlijk te veel onderwijsorganisaties” – Tineke Jansen in krantenartikel. Den Bosch: Brabants Dagblad.

6

Honing, dr. M. & van Genugten, dr. M (augustus 2014).
Onderzoeksrapport Monitorstudie Goed Onderwijsbestuur in het VO.
Nijmegen: Radboud University – Institute for Management Research in opdracht van de VO-raad.
Online geraadpleegd van
www.vo-raad.nl/userfiles/bestanden/Goed%20Bestuur/Monitorstudie-goed-onderwijsbestuur-in-het-vo_radboud-universiteit-nijmegen.pdf

7

Commissie Goed Onderwijsbestuur VO (september 2014).
De letter én de geest, adviezen voor versterking van de bestuurskracht in het voortgezet onderwijs (eindrapport).
Online geraadpleegd van
www.vo-raad.nl/userfiles/bestanden/Goed%20Bestuur/Eindrapport-Commissie-Goed-Onderwijsbestuur-VO.pdf

8

Engelen, R. van (18 maart 2015).
Beëindiging deelname werkgroep identiteit.
Online geraadpleegd van
https://lacocina.nl/prut/2015-03-18-rvengelen-brief-betrokkenen-publiek.pdf.

9

Jansen, Tineke & Berg, Luuth van den (11 september 2014).
Brief aan ouders/verzorgers met aankondiging intentie voor intensivering bestuurlijke samenwerking NUT/Primair.
Geffen/Oss: Primair SKO/Nutsscholen Oss.
Online geraadpleegd van
https://lacocina.nl/prut/2014-09-11_nut-ouderbrief-fusie.pdf

10

Voetbalpuntnl (19 mei 2014).
Aftrap Bart van der Veer Doelpunt van de Week (video).
Online geraadpleegd van
https://www.youtube.com/watch?v=lJw3okKzakk#t=8

11

Mosagroep (september 2014).
Bestuur MOSA-groep.
Cuijk: Mosagroep.
Online graadpleegd van
mosagroep.nl/mosagroep/bestuur/

12

PO-raad (27 november 2014).
Code Goed Bestuur in het primair onderwijs.
Utrecht: PO-raad.
Online geraadpleegd van
www.poraad.nl/files/themas/goed_bestuur/code_goed_bestuur_in_het_primair_onderwijs.pdf

13

D-tv (14 juli 2015). Primair en Nutsscholen samen (video).
Oss: D-TV.
Online graadpleegd van
http://www.d-tv.nl/index.php/nieuws/21452-primair-en-nutsscholen-samen-video.html

14

Berg, Luuth van den (4 november 2015).
Nieuwsbrief ’t Wel en Wee nr. 3 2015/2016.
Oss: Osse Nutsscholen.
Online geraadpleegd van
www.nhj-v.nl/downloads/info/2015/Actualiteit/Wel_en_Wee_nummer_3_2015-2016_.pdf

15

Engelen, Ronald van (17 september 2014).
Identiteitscrisis – Reactie op brief aankondiging verkenningstraject intensivering van bestuurlijke samenwerking Primair/NUT.
Online geraadpleegd van
https://lacocina.nl/prut/2014-09-17-rvengelen-brief-reactie-publicatie.pdf.

16

Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis (14 februari 2013).
Niet onwettig, wel onwenselijk.
Den Haag: Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis in opdracht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Online geraadpleegd van
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-208258.pdf

17

geenstijl.nl (december 2012). Onderwijsfraude: toezichthouder spreekt – Interview met voormalig voorzitter van de raad van toezicht van Amarantis Koos Jansen (video). Online graadpleegd van https://www.youtube.com/watch?v=rFs_Wu8aZNc#t=150

18

Nutbestuur (13 juli 2015).
Notulen algemene ledenvergadering.
Oss: ’t Nut.
Online geraadpleegd van
www.nut-oss.nl/downloads/info/2015/documenten/ALV_Nut-Oss_notulen_13_juli_2015.pdf

19

Primair SKO (28 oktober 2014).
Meerscholendirecteur met lef voor BS De Kleine Weide in Oijen en BS Sint Jozef in Lithoijen (vacature).
Online geraadpleegd van
www.samenwerkingsverband3006.nl/wp-content/uploads/Vacature-meerscholendirecteur.pdf

20

Zuiver C (april 2015).
Communicatie rondom strategisch beleidsplan Primair.
Online geraadpleegd van
www.zuiver-c.nl/portfolio-item/communicatie-rondom-beleidsplan/.
De bijbehorende film is te zien op https://www.youtube.com/watch?v=Z4sZEel6N70

21

VTOI/Bestuurdersvereniging PO (14 januari 2013).
CAO Bestuuders PO 2015 (salaristabellen van 2014).
Online geraadpleegd van
www.bestuurdersverenigingpo.nl/wp-content/uploads/2015/06/150629getekendeCaoBestuurdersPO2015.pdf

22

Putters, Kim & Sol, Yvette (mei 2015).
Moedig onderwijsbestuur.
Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Online geraadpleegd van www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2015/06/08/moedig-onderwijsbestuur/essay-moedig-onderwijsbestuur.pdf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *